Category Archives: Algemene vragen over de parlementaire dimensie

De parlementaire dimensie van het EU-voorzitterschap: wat kost dat?

De Staten-Generaal heeft 2,9 miljoen euro uitgetrokken voor de organisatie van de zes interparlementaire conferenties. Een belangrijk deel van dit budget wordt besteed aan technische voorzieningen in de Ridderzaal – denk  bijvoorbeeld aan bekabeling elektriciteit, audiovisuele voorzieningen en persfaciliteiten. Ook de inzet van het personeel uit de Eerste en Tweede Kamer valt binnen dit budget.

Sober doch representatief is de leidraad. Het feit dat de conferenties in de Ridderzaal (op het Binnenhof) worden georganiseerd is daarvan een goede illustratie: het is een historische en bijzondere plek, en doordat het ‘in eigen huis’ is blijven de kosten beperkt.

De Eerste en Tweede Kamer delen de kosten. Elk betalen zij de helft van het bedrag, 1,45 miljoen euro. De begroting is in een openbaar debat, tijdens de behandeling van de Raming voor 2016, vastgesteld.

Welke interparlementaire bijeenkomsten zijn er?

De Staten-Generaal organiseren 6 conferenties. Dat zijn:

  • De COSAC Voorzittersconferentie (7-8 februari 2016)

  • De interparlementaire Artikel-13 conferentie (17 februari 2016)

  • De themaconferentie over mensenhandel (13-14 maart 2016)

  • De themaconferentie Energie (3-4- april 2016)

  • Interparlementaire GBVB/GVDB-conferentie (6-8 april 2016)

  • Plenaire COSAC-conferentie (12-14 juni 2016)

Wat houdt de parlementaire dimensie precies in?

Elk van de 28 landen van de Europese Unie is bij toerbeurt een halfjaar voorzitter van de Europese Unie. In de eerste helft van 2016 is dat Nederland, als opvolger van Luxemburg (tweede helft 2015) en voorafgaand aan Slowakije (2e helft 2016).

De regering en het parlement zijn in het kader daarvan gastheer van tal van conferenties. De zes bijeenkomsten van het Nederlandse parlement – Eerste en Tweede Kamer gezamenlijk – worden de parlementaire dimensie van het EU-voorzitterschap genoemd.